Arjan Korterink schaatste de Alternatieve Elfstedentocht
Voor veel ondernemers staat hun bedrijf op één en is een passie iets voor ná het werk. Als er tijd over is tenminste. Voor Arjan Korterink werkt dat net even anders. Natuurlijk, hij neemt zijn bedrijf zeer serieus, maar het ondernemerschap biedt hem ook iets anders: de vrijheid om zijn passies mogelijk te maken.
“Ik leef niet alleen om te werken”, zo klinkt het nuchter. “Ik werk vooral ook om te kunnen doen wat ik écht leuk vind. Dat besef kwam nog eens extra toen ik in de coronaperiode burn-outklachten kreeg. Sindsdien heb ik voor mezelf besloten; Arjan, jij bent je eigen bedrijf, dus je moet wel voor jezelf zorgen. Ik ben veel bewuster gaan kijken: waar word ik vrolijk van? Waar vind ik ontspanning en kan ik ontladen?” We hadden het in deze rubriek ook over Arjans passie voor mountainbiken kunnen hebben, maar het schaatsen heeft toch wel een speciaal plekje in zijn hart. “Dat zwieren over het ijs, in de Weerribben tussen de rietkragen. Daar voel je je zó vrij. Dat gevoel krijg ik alleen op schaatsen”, zo vertelt hij glimmend. “Ik ben in mijn werk de hele dag met mijn hoofd bezig en voor mij is sporten de perfecte uitlaatklep. Dan gaat mijn hoofd uit en mijn lichaam aan.”
Grappig genoeg werd Arjan helemaal niet met sport grootgebracht. Hij groeide op in een groot gezin op een boerderij en dus stond vrije tijd vaak in het teken van werken. “Sport was iets om naar te kijken op de tv”, zo blikt Arjan daarop terug. “Behalve als er ijs lag, dan trokken we naar de sloot voor ons huis. Als klein jochie stond ik daar voor het eerst op houtjes. Ik vond het leuk, maar goed schaatsen? Dat kon ik zeker niet. Ik had zwakke enkels en ik stond altijd hopeloos scheef op die ijzers. Het hielp ook niet dat ik altijd de afgedankte schaatsen van mijn broers en zussen kreeg…”
Pas toen Arjan een jaar of vijftien was en zijn zwager hem vaker meenam om te schaatsen, ging er een wereld voor hem open. “Hij nam me mee naar toertochten, de natuur in. Ik vond het heerlijk, maar in die jaren verloor ik mijn hart aan motorcrossen. Schaatsen kwam daardoor op een lager pitje te staan. Pas toen ik stopte met crossen, kwam de liefde voor schaatsen écht. Ik stapte vaker het ijs op, maar ging daarnaast ook wielrennen en mountainbiken. Hierdoor ging ik veel beter schaatsen. Ik merkte dat ik progressie maakte en dat ik steeds harder en verder kon. Dat gevoel vond ik fantastisch. Normaal ben ik niet op mijn best in de wintermaanden, maar nu is er een duidelijk lichtpuntje: schaatsen. In deze periode ga ik elke dinsdagavond naar Thialf.” Een grote lach breekt door op Arjans gezicht: “Een uur schaatsen en daarna samen de schaatskroeg in. Voor mij gaan sport en gezelligheid hand in hand. Eerst de inspanning, dan de beloning.”

De droom
Schaatsen doet Arjan met zijn schaatsclubje, maar ook met zijn broer en twee zussen. Samen met de familie was er altijd één duidelijke droom: de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee schaatsen. “Het was er nog nooit van gekomen, maar toen onze vader overleed besloten we te stoppen met uitstellen. Morgen is namelijk niet gegarandeerd. En dus zijn we vorig jaar gegaan.” Helaas voor Arjan en zijn familie dooide het en was het ijs waardeloos, maar omkeren zonder te schaatsen zit niet in hun aard. “We hadden er lang voor getraind, dus we wilden ervoor gaan”, zo vertelt Arjan. “Het was meer klunen dan schaatsen, maar toch voltooiden we 150 kilometer.” Afgelopen januari ging de familie opnieuw richting Oostenrijk, maar Arjan besloot niet mee te gaan. Door onderliggende rugproblemen kon hij niet lang schaatsen op een ijsbaan. Hierdoor was trainen voor de Weissensee ook lastig. “Maar toen zag ik een Facebook-filmpje van de start van de eerste toertocht op de Weissensee. Ik werd helemaal gek. Dit kon ik toch niet missen? Mijn vrouw heeft me ervan overtuigd om last minute tóch te gaan. Ik had nooit verwacht de tweehonderd kilometer te kunnen voltooien, maar na tien uur schaatsen is het toch gelukt. Het was fantastisch.” In de toekomst zou Arjan nog weleens willen deelnemen aan schaatswedstrijden, maar voor hem is er eigenlijk maar één ultieme droom: de Elfstedentocht. “Als die komt, dan ben ik erbij”, zo klinkt het resoluut. “Alleen dat idee zorgt bij mij al voor voldoende motivatie om te blijven trainen. Want mocht het ooit gebeuren, dan zal ik er fysiek absoluut klaar voor zijn.”
