De voedselmissionaris van Salland is idealist, realist maar vooral ondernemer

Jeroen Stegeman wil met het team van De Buurman graag het verschil maken

Ken je die ouderwetse koffiemachines die je pak ‘m beet tien jaar geleden nog bij ondernemers in de kantine zag staan? Vooral bij garages, werkplaatsen en locaties met ouderwets vakmanschap. Bij die machines kon je aan een laatje trekken om de gewenste inhoud te krijgen. Soms zelfs meerdere laatjes na elkaar om de koffie ook te voorzien van bijvoorbeeld melk. Die vergelijking komt in me op als ik in gesprek ga met Jeroen Stegeman (53), founding father van De Buurman. 

Het ene moment trek je het laatje open van de licht activistische en idealistische wereldverbeteraar. Het andere moment zie je ‘m zo een inhoudelijk sterk verhaal houden waar zelfs de mafklappers in de Tweede Kamer stil van worden. Bovenal is hij een ondernemer met een missie: mensen op weg helpen naar een eerlijk, goed en gezond voedselsysteem. En daar profiteren de telers (vooral uit de regio), de consumenten en uiteindelijk de hele samenleving van. Jeroen Stegeman, geboren op de Eikelhof en met het gezin momenteel woonachtig in het buitengebied van Raalte, is een heerlijke man om te interviewen. Het type ‘gooi er twintig eurocent in…’ Maar, het is wel zaak om de rol van regisseur te pakken, want hij praat maar door. Zonder enige moeite vult hij een heel dagdeel en meestal ook nog met zinnige teksten. Uiteindelijk doen wij het met iets meer dan een uur. Het gaat van links naar rechts, soms letterlijk (politiek) en soms figuurlijk. En aan het eind kun je niet anders dan de conclusie trekken dat hij z’n kop volgt, een duidelijke visie heeft en tegelijk zowel sterk, sociaal als kwetsbaar durft te zijn. Het heeft hem gebracht waar hij nu staat: samen met z’n vrouw Marloes staat hij aan het roer van een prachtige, gezonde onderneming.

Discipline

De afspraak vindt plaats in Berkum, bij één van de twee VersLokalen van De Buurman in Zwolle. Een mooie winkel die veel weg heeft van de groentezaak van vroeger en waar je allerlei duurzame streekproducten kunt krijgen. Van bier tot kaas en van vlees tot groente. “Ik kom er aan hoor”, roept Jeroen vanuit het achterveld. “Welkom bij De Buurman!”, roept hij, terwijl hij één van de twee kolenschoppen naar voren steekt. Om het direct te laten volgen door die geniale slogan: “Dichtbij het verst!” 

Zijn enthousiasme werkt al gauw aanstekelijk als hij begint te vertellen. Als middelste van drie uit een ondernemersgezin (pa melkrijder, later SRV en ma een kruidenierswinkel aan huis) was hij nieuwsgierig aangelegd. Wilde overal iets van weten, veel zien en meemaken en alles ging de hersenpan in om later eventueel te kunnen gebruiken. Qua opleiding en interesse ging het van techniek naar landbouw en IT. “Daarna ging ik het leger in. Daar haalde ik al mijn rijbewijzen en ik vond de discipline ook wel mooi.” Na zijn periode in het leger kwam hij bij Van Gend & Loos in de logistiek waar hij het schopte tot transportmanager. “Daar mocht ik al graag over de functie heen kijken. Wat doet de directie en klopt het allemaal nog wel met waar we naar toe gaan. Het waren de jaren tachtig en de concurrentie was moordend. De logistiek was vaak een sluitpost. Dus, in het kader van op de kleintjes letten, ontwikkelde ik een voorstel. In elk distributiecentrum in Nederland, twintig in totaal, staat een dure sorteerband, maar niet overal komen evenveel pakketjes binnen. Waarom moet je dan wel op elke plek van die dure machines hebben staan?” 

Stegeman presenteerde zijn plan op het hoofdkantoor. “Ze vonden het maar niets. En een paar jaar later ging het toch door, maar de credits kreeg ik natuurlijk niet. Wist ik meteen hoe de spelletjes in de directiekamers worden gespeeld. Boeide me eigenlijk ook niet zo, maar je slaat het wel op.”

Geen coöperatie

Van Van Gend & Loos ging het naar Schuitema (C1000). Een weelderig bedrijf met alle panden in eigendom en daar diende zich zijn volgende levensles aan. “Er moest geld vrijkomen voor investeringen en toen kwam er zo’n sale-lease back constructie. Het bezit gaat naar een ander en het geld wordt gebruikt om het bedrijf een boost te geven. Typisch Amerikaanse manier van werken, maar daar is heel Nederland mee naar de kl… gegaan.”

Ben jij iemand die het fundament legt in de theorie en wijs wordt in de praktijk?
“Kijk!! Daarom heb ik zo’n moeite met ons schoolsysteem. De scholen geven niet wat het kind nodig is. Het poppetje krijgt een stempel en nog één en dan beuren zij hun centen. Neee!!! Potverdorie!! Het gaat om het kind, niet om die stempels. Maar dat is wel wat er is gebeurd onder de VVD. Jij wordt klaargestoomd om de rijken nog rijker te maken. Daar kan ik dus helemaal niet tegen.” Stegeman, inmiddels begin vijftig, ziet het fout gaan in Nederland en in de wereld. Vooral in de manier waarop we met elkaar omgaan. “Dat het niemand boeit wanneer jij aan de zijlijn komt te staan. Terwijl je hartstikke goed was. Dat stond me zóóóóóó tegen.” Met een gelijkgestemde kwamen ze op de gedachte om samen iets op te zetten, maar eerst volgde een grondig onderzoek in de regio. Conclusie: als het gaat om producten, telers en eerlijke prijzen moet er geen coöperatie komen. “Dat leidt alleen maar tot gezeik dat de een meer verdient dan de ander. Daar kom je niet verder mee. Langzaam groeide wel het gevoel dat het tijd was voor een onderneming. En – inmiddels deed ik het alleen – dan moet je ook commercieel zijn en geld verdienen om de volgende stap te kunnen maken.”

Word je dan midden in de nacht wakker en heb je meteen De Buurman in gedachten?
“Ja, toch wel. Het is blijkbaar een gave die ik bezit. Ik kan snel schakelen. Een coach liet me een assessment maken en daar kwam uit dat ik precies over de juiste skills beschik om ondernemer te zijn. Voor de goede orde: dan denk je dus héééél anders dan een manager…”

In die wereld van jou wordt het gauw te sociaal…
“Wij willen echt een sociaal bedrijf zijn, maar inmiddels loopt hier wel twintig man. Dan wordt het een serieus verhaal hè! Dan ga je denken over de omzet die je volgend jaar minimaal moet draaien om niet in de problemen te komen. Als ondernemer blijf je kwetsbaar.”

Tegen de stroom in

De buitenwereld denkt bij De Buurman misschien aan de verkoop van een beetje groente, fruit en allerhande streekproducten. En denkt ook heel gauw in de richting van termen als kneuterig, knus en charmant. Dat is slechts een deel van de identiteit van De Buurman. Want, er zit gewoon een hele organisatie achter die professioneel en zakelijk te werk gaat. Het werkfruit gaat door het hele land en overal worden maaltijdboxen en losse producten aangeboden. Hij moet zichzelf nog wel eens in de arm knijpen. In acht jaar tijd van een wild idee in het kader van ‘de wereld een beetje mooier kleuren’ tot een serieuze onderneming dat stevig is verankerd in de regionale bodem. 

Hoe voorkom je dat je zelf zo’n ondernemer wordt uit het systeem waarop je kritiek hebt?
“Nou, ik heb een briefje in de kluis liggen. Als ik echt denk dat ik de weg kwijtraak, pak ik het briefje erbij. Om even te beseffen wat ik allemaal voor ogen had. Het zijn eigenlijk hele simpele uitgangspunten. Ik weet nog dat mijn oom altijd zei: ‘als het niet op de achterkant van een sigarendoosje kan’. Dan moet je er dus al helemaal niet beginnen. En het moet iets opleveren. Omzet dus, want dat heb je nodig om verder te kunnen, maar we willen ook duurzaam en sociaal zijn. Dat is de reden dat we geen aandeelhouders willen. Tot nu toe hebben we alle groei zelf opgevangen. Dan duurt het wat langer, maar je blijft wel baas in eigen huis. Wij zijn de mensen die gaandeweg leren in de praktijk”, vervolgt Stegeman die het geweldig vindt om te leren van jonge mensen. “Die kruisbestuiving vind ik heel interessant. Niet voor niets zijn we hier leerbedrijf geworden. Het gaat er voor mij ook om hoe jongeren de toekomst zien en hoe ze hun leven willen inrichten. Als bedrijf hebben wij ons aan te passen. Recent hebben we een operationeel manager in dienst genomen. Die geeft van tevoren aan niet meer dan 32 uur te willen werken. Ik kan wel meer willen, maar zo werkt de wereld niet meer. Dus, ik beweeg mee, maar zeg wel tegen de medewerkers dat we hier topsport verwachten, want we moeten tegen de stroom in roeien.”

Ik wil toch nog even terug naar die droom van jou. Waar draait het om in jouw droom?
“Dat er een eerlijk voedselsysteem moet komen. Iedereen in de voedselketen een eerlijk bestaan. En dan kom je bij het woordje balans. Heel veel dingen in de wereld zijn nu ook uit balans, maar daarom gaat het moeizaam en is er chaos. Ik ben degene die in de chaos weer perspectief wil bieden.”

Even zwemmen in het moeras en dan kom je wel weer boven met elkaar?
“Dat is dus die topsport. Visie hebben en er dan de mensen bij zien te krijgen die een bijdrage kunnen leveren. Ze hoeven het niet allemaal hetzelfde te zien als ik.”

Ik kan me wel voorstellen dat je in het begin bij veel telers hoorde dat ze wel in je verhaal geloven, maar….
“Je bent de zoveelste en het gaat toch niet lukken. Degenen die vijf jaar voor mij kwamen, waren misschien ook wel te vroeg.”

Het verhaal was niet uniek, maar je hebt er een verbeterde versie van gemaakt?
“Jaaaa, dat zeg ik ook altijd tegen mijn kinderen. Je moet zorgen dat je jouw talent naar boven haalt. Ik heb altijd gezegd dat we het voedsel dichterbij de natuur moeten halen. Als je een varken opeet, moet het wel eerst een functie hebben gehad. Niet in een hok stoppen, voeren en slachten. De Rabobank (voorheen Boerenleenbank) had de boeren moeten helpen de omslag te maken om de cirkel weer rond te krijgen.”

Sociale verbinding

Stegeman verbaast zich nog wel eens. Dat sommige bedrijven en organisaties nog geen stappen hebben gezet in de richting van een betere, duurzamere wereld met een ander voedselsysteem. Een mooi voorbeeld waar uiteindelijk wel die omslag heeft plaatsgevonden, is Staatsbosbeheer. “Natuur, dieren! Ze huurden een loonwerker in om bij Junne (bij Ommen) het gebied uit de maaien. Kun je het je voorstellen? Nu pacht een boer de grond en die zet daar drie koppels van zestig Schotse hooglanders neer. Wordt de groep te groot, dan worden de oudere runderen (vijf, zes jaar) geslacht. Het vlees gaat naar ons. Prachtig vlees, want daar zitten de juiste omega vetzuren in. Dat gaat de ontstekingen tegen die we allemaal – dat weet bijna niemand – in ons lichaam hebben. Staatsbosbeheer heeft het prachtig geregeld en verdient er zelfs aan om andere goede dingen te doen. Daarom vind ik ook altijd dat je gewoon moet beginnen. Dan zie je in de praktijk wat wel en niet werkt.”

Het typeert de praktijkman in hem, maar hij sluit zijn ogen ook niet voor de theorie. Zo loopt hij zelf weg met de lessen van Stephen Covey. “We zijn allemaal zo knetterhard aan het werk en iedereen wordt ziek en misselijk. Ook niet zo gek als jouw ladder tegen de verkeerde muur staat. Dus, ga eerst eens nadenken tegen welke muur je de ladder in de toekomst wilt neerzetten om resultaat te behalen. Natuurlijk werk je dan ook hard, maar je krijgt wel meer energie omdat je elke dag iets bereikt.”

Je groeit als bedrijf, maar ik proef nog steeds die bevlogenheid van het eerste moment. Ik vind dat heel knap, want of je nu wilt of niet, je moet steeds zakelijker opereren.
“Tja… Ik ben nu bijvoorbeeld aan het kijken wie mijn coach voor de toekomst wordt. Is ook wel een belangrijke hè, want waar we nu staan, kan zelfs Marloes mij die spiegel niet meer voorhouden. Dan kom je bij de professionals. Ik heb nu de eerste middenkaderfunctie, een operational manager, aangenomen. Met andere woorden: voordat ik het besef, moet ik ook echt een stap hoger. Maar, het gaat niet om mij. Als het bedrijf zoveel sneller gaat dat ik het niet meer kan bijhouden, dan moet ik mijn conclusies trekken.”

Ik kijk nog even naar de slogan op jouw trui: De Buurman, dichtbij het verst. Die is toch geniaal!
“Ja, die doet het nog steeds goed. We hebben wel overwogen of we iets met boer moesten doen, maar misschien zou De Buurman in de toekomst wel helemaal ergens anders voor staan. Of gaan we een hele andere tak van sport doen… Dit is wat neutraler. En het dichtbij…dat gaan we straks allemaal meemaken. Dat we bijna niemand meer ontmoeten en spreken. Ik geloof echt in de sociale verbinding. Dat moeten we als commercieel bedrijf niet vergeten.”

Zijn jullie dan een soort tegenbeweging?
“Ja! Als ik mezelf zo zie, dan lijk ik wel zo’n halve activist, maar eigenlijk ben ik dat niet. Ik heb het hart op de tong. Waar ook ik heb gewerkt, maakt niet uit met welk niveau ik te maken heb, ik zeg wat ik denk. Als je daar tegen kunt, hebben we een match. Kun je er niet tegen, dan is het van korte duur.”

Ik hou niet van hokjes, maar…past sociale activist misschien bij jou?
“Mwaaah… Weet je, ik heb zo’n hekel aan die mensen die op de snelweg hebben gezeten. Waarom? Als jij in de supermarkt jouw boodschappen wil blijven doen, ben je me net zoveel waard. Als ik vind dat het anders moet, moet ik daar gewoon knetterhard voor werken en het verhaal uitdragen. Dat missen we wel eens in Nederland. Soms voel ik me een soort voedselpastoor of voedseldominee…”

Voedselmissionaris?
“Ja, dat is wel een mooie! Die mensen op de snelweg moeten ze vooral ook niet gaan vergelijken met de boeren. Want, die werden ineens vuil in de hoek gedrukt. Het gaat om het voedselsysteem. Niet om de boer. Laten we vooral niet vergeten dat niet alle boeren ondernemers zijn. Het ging natuurlijk vaak van vader op zoon, maar dan maakt je nog geen ondernemer… Ik heb schijnbaar wel dat ondernemersbloed gekregen, want anders hadden we hier niet gestaan. En het kan bij mij ook misgaan hè, want je hoeft maar één keer iets geks mee te maken en het is klaar.”

Dat is wel een mooi bruggetje. Want je hebt corona meegemaakt…
“Zoooo, dat was een flinke tik om de oren.”

Dan krijg je de energiecrisis, Oekraïne en ga zo maar door. Ben wel benieuwd hoe je daar mee omgaat. Heeft het bijvoorbeeld geleid tot een andere inrichting van jouw organisatie?
“Nee, want dan zie je hoe je thuis bent opgevoed. En ook bij mijn oom op het boerenbedrijf. Die stond heel dicht bij de natuur. Toen kwam de schaalgrootte. Dat moest van anderen, niet van de boeren. Daarmee is het geld belangrijker geworden dan de uitgangspunten. Dat wil ik niet meemaken. Of je moet me een miljoen geven, dat ik er vrij mee aan de slag kan en ik er bijna niets voor terug hoef te hebben. Dan zeg ik direct ja, want als we geld hebben, kunnen we sneller. Ik vind ook dat we sneller moeten. Die gedrevenheid is er nog steeds wel.”

Wat doe je dan met een miljoen?
“Nou, kijk. Ehhhh, natuurlijk gaat er een gedeelte naar marketing en communicatie, maar er wordt dan ook een groot gedeelte besteed aan het bereiken van potentiële klanten en meer mensen. Dat geldt voor het werkfruit waarbij we inmiddels een landelijke route hebben en dat komt er hopelijk ook voor de maaltijdboxen. En er moet veel geld naar IT. Daar ontkom je niet aan. Het zijn investeringen om meer of juist een betere omzet te maken. We zijn nu ook in gesprek om een hal te kopen op bedrijventerrein de Marslanden. Daar moet alles samen komen. Kantoren voor het middenkader, een grotere keuken om de kant en klare maaltijden te maken. Maar, dan wel met echte ingrediënten. Niet zoals sommige collega’s die dezelfde shitzooi gebruiken als wat in de supermarkt wordt verkocht. Ik geloof dat ik iets kan neerzetten dat te kopiëren is en waarmee je elke provincie kunt vullen.”

Tot slot een mooie overweging?
“Het gaat mij niet om wat ik doe, maar wel dat ik een bijdrage kan leveren om meer mensen zover te krijgen dat we het janken meer gaan loslaten. Gewoon weer met eigen gedachten aan de bak. En dan ook doorzetten. Heel veel mensen hebben dat niet meer. Bikkelen, bikkelen, bikkelen.”

Delen:

Deel dit artikel!