MENU

30 oktober 2021 Reacties uitgeschakeld voor Familiebedrijven: het is soms eenzaam aan de top, maar het uitzicht is fantastisch Views: 1443 Advertorials, SOM's Gemene Deler

Familiebedrijven: het is soms eenzaam aan de top, maar het uitzicht is fantastisch

Bedrijfsopvolging blijft ook de Sallandse ondernemers bezig houden

“Ik neem aan dat ik de autosleutels aan iemand mag overhandigen?” René van Hoogstraten zegt het met een glimlach als hij de oversteek maakt van het parkeerterrein. Het is een mooie knipoog naar de locatie waar we deze maandagmiddag te gast zijn: Havezate den Alerdinck tussen Heino en Laag Zuthem. Landgoederen en buitenplaatsen horen bij Salland. Net als het thema voor deze aflevering van SOM’s Gemene Deler: familiebedrijven. 

De entourage is indrukwekkend. Een idyllische omgeving die ze als rechtgeaarde Sallanders zeker kennen. De een heeft er wel eens een wandelingetje gemaakt, de ander was te gast bij een bruiloft of het aspergediner van de Ronde Tafel. In de havezate zelf kom je natuurlijk niet gauw. Een unieke kans dus om iets van de grandeur mee te krijgen. 

René van Hoogstraten (Adficount), Jeroen de Vries (SmitDeVries), Kristel Leerkes (Boerhof Projectinrichters), Luc Lenferink (Uw Onderhoudspartner Lenferink) en Michel Rabelink (Rabelink Finance Consultancy) genieten dan ook met volle teugen. Twee (Kristel, tweede generatie en Luc, derde generatie) zijn de exponenten van het familiebedrijf, de anderen hebben door hun functie veel te maken met familiebedrijven. 

Waarom dit thema? Nou, uit onderzoek (2018) blijkt dat familiebedrijven een bovengemiddelde bijdrage leveren aan de economie in Overijssel. Familiebedrijven nemen maar liefst 40% van de totale omzet van het niet-financiële bedrijfsleven in Overijssel voor hun rekening. En uit hetzelfde onderzoek: familiebedrijven zorgen in deze provincie voor 188.000 (33% van het totaal) banen.

Als aftrap is het misschien goed dat Kristel en Luc iets vertellen over de wijze waarop ze in het familiebedrijf zijn gestapt. Was het min of meer voorgeprogrammeerd of is het gedurende de rit ontstaan?

Kristel: “Het ondernemen zat er al van jongs af aan in. Ik had allerlei ideeën voor een winkel. In sportartikelen of kinderkleding bijvoorbeeld. Maar ik was 18 jaar en nog studerende aan de HEAO toen mijn vader met de projectentak begon. In tegenstelling tot de zaak in woninginrichting trok dat wel mijn interesse. Ongetwijfeld was het voor hem een verrassing dat één van de twee dochters te kennen gaf in de zaak te willen. We zijn in ieder geval nooit gepusht om die stap te maken.”

Luc: “In grote lijnen komt ons verhaal – ik doe het samen met mijn broer Bob – wel overeen met dat van Kristel. We hebben altijd veel gevoel gehad bij het bedrijf. Dat komt ongetwijfeld omdat het vroeger in Lierderholthuis bij ons aan huis was gevestigd. Dan krijg je er best veel van mee. Na onze economische studies hebben we beiden eerst nog even ons eigen adviesbedrijf gehad. Maar we gingen al wel naar bijeenkomsten over opvolging binnen het familiebedrijf. De beslissing om in het familiebedrijf te gaan, komt mede doordat we de mogelijkheid kregen op andere schaalgrootte te ondernemen. Dat was voor mij  wel een duidelijke toegevoegde waarde.”

En de anderen, hebben jullie veel met familiebedrijven te maken?

René: “Nou ja, eigenlijk wel dagelijks. Er zijn tientallen familiebedrijven waar wij de administratie, jaarcijfers en fiscale advisering verzorgen. Dan heb je ook gesprekken over bijvoorbeeld de bedrijfsopvolging. De bedrijven worden steeds omvangrijker en de overname daarmee ook gecompliceerder. Natuurlijk vindt men het mooi als de kinderen het bedrijf overnemen, maar je moet je wel goed afvragen of iedereen daar gelukkig van wordt. De blik van buiten is dan zeker handig en waardevol, want privé en zakelijk loopt helemaal door elkaar.”

Michel: “We worden ook steeds meer ingeschakeld om de bedrijfsopvolging in goede banen te leiden. In deze regio zie je het probleem ontstaan dat partijen zoekende zijn omdat ze binnen de familie geen opvolger kunnen vinden. Dan kun je denken aan een familiaire overname. De verkopende partij laat er dan veel geld in zitten om een transactie tot stand te brengen. En te voorkomen dat de grote investeringsmaatschappijen voorbij komen die het hap-slok wegkapen. Die bieden vaak meer, maar stellen ook meer eisen. Terwijl bij een familiaire overname bijvoorbeeld wordt vastgelegd dat ze de komende vijf of tien jaar het pand kunnen blijven huren.”

Jeroen: “Als je in deze regio actief bent en je zoals ons richt op het MKB, dan zijn veel van jouw klanten familiebedrijven. We worden vaak op twee momenten ingeschakeld. Of de oudere ondernemer zit er nog en hij/zij wil het een keer overdragen. Dan begeleiden we dit traject dat overigens wel twee tot drie jaar in beslag kan nemen. Of de kinderen hebben het bedrijf al overgenomen en krijgen van ons één op één begeleiding. Je ziet vaak dat ze te snel in het familiebedrijf zijn gerold en dus ervaring missen. Tegelijk bouw je dan een plan om het bedrijf in de komende jaren vooruit te helpen.”

Herkennen jullie iets van de romantiek die rond het familiebedrijf hangt of is dat iets van de buitenwereld?

Michel: “Nou, de werkelijkheid is dat de cijfers nog wel eens te rooskleurig worden voorgespiegeld om zoon of dochter maar op de bok te krijgen. En vervolgens zie je ze onderuit gaan omdat ze toch niet over de gewenste capaciteiten blijken te beschikken. Wat Luc zegt, is heel terecht: als je de tijd hebt, moet je het ook echt pakken om het bedrijf naar de volgende generatie te leiden.”

Jeroen: “De romantiek kan wel eens de overhand krijgen. Als je weet dat jouw kinderen een bepaalde kwaliteit missen, zorg er dan voor dat je het voor de overname al in huis haalt. Zodat de organisatie door kan blijven draaien als de nieuwe generatie er in komt. Je ziet het heel vaak misgaan op het moment dat de oude generatie, de drijvende kracht, er uit stapt.”

Kristel: “Als eigenaar moet je inderdaad heel goed kijken welke kwaliteiten de volgende generatie heeft. En welke niet of minder aanwezig zijn. Of waar ze niet gelukkig van worden. Misschien een beetje laat, maar ik ben er achter gekomen dat ik niet gelukkig word van het leiding geven. Dat hebben we bij ons dus anders ingericht met behulp van SmitDeVries. Een klankbord van buiten de familie is dan ook heel waardevol.”

Jeroen: “Aan de andere kant brengt de nieuwe generatie natuurlijk ook nieuwe opleidingen en inzichten naar binnen. Dat zie je heel mooi bij Lenferink. Bob en Luc hebben wel echt een lange termijn visie neergezet die ze nu stapje voor stapje aan het uitrollen zijn.”

In deze tijd worden ook andere zaken van je verwacht?

Luc: “Mijn vader is een echte ondernemer die veelal op gevoel opereert. Zo opende hij midden in de crisis een vestiging in Heerde. Hadden we puur naar de cijfers gekeken, dan was het antwoord nee geweest. Nu zit onze grootste groei aan die kant van de IJssel, Gelderland…  Wij hebben meer met het aansturen van processen en zien onze toegevoegde waarde meer in het inrichten van langjarige partnerschappen die zorgen voor continuïteit in onze organisatie.”

Hoe kun je de werknemers meteen meenemen in de nieuwe situatie na bedrijfsopvolging en er voor zorgen dat ze nog net zo belangrijk zijn?

Michel: “Als je echt draagvlak wilt creëren bij een familiebedrijf is het goed om op alle niveaus mee te werken. Ook al ben je technisch niet vaardig, dan kun je nog wel een aantal weken meelopen. Dan ontstaat een andere gevoel dan wanneer je van vandaag op morgen ineens in het grootste kantoor zit…”

Kristel: “Het helpt zeker als je iets kunt toevoegen aan het bedrijf. Zo deed ik tijdens mijn afstudeeropdracht ervaring op met het VCA-veiligheidscertificaat en konden we dit daarna ook bij ons uitrollen. En op een gegeven moment kreeg ik de vrijheid om me naast projectstoffering ook bezig te houden met projectmeubilair. Overigens ben ik wel direct gestart met een managementteam. Mijn vader deed eigenlijk alles alleen, maar dat wilde ik niet.”

De provincie heeft het traject Family Next gelanceerd. Concreet worden zo’n 500 familiebedrijven in Overijssel ondersteund op het gebied van o.a. ondernemerschap, bedrijfsopvolging, digitalisering, verduurzaming en ondernemersvaardigheden. Hoe nodig is dat? 

Luc: “Heel hard nodig. Je ziet dat de levensverwachting van een bedrijf korter is geworden. Als je je niet weet aan te passen aan de veranderende omgeving verdwijnt de toegevoegde waarde. Ik denk niet dat alle bedrijven al voldoende bezig zijn met volgend jaar en met over pakweg drie jaar.”

Jeroen: “Het gebrek aan een strategische visie staat ook in de top 5 van de grootste problemen in het MKB. Sommigen denken een visie te hebben als ze streven naar 10% meer omzet, maar daarmee ben je nog niet vernieuwend. Anderen worstelen ook echt met de nieuwe wereld. IT, artificial intelligence. De oudere generatie ondernemers komt hier nog steeds moeilijk in mee en het gevaar is dat er binnen een bedrijf twee culturen ontstaan. De een is van het harde werken en uren maken, de ander van het slimme werken. Dat is best lastig.”

Michel: “Het is fijn dat meer partijen het gedachtegoed van Family Next onderschrijven. Zo is Wadinko, een participatiemaatschappij waarbij de gemeenten in Overijssel zijn aangesloten, niet actief betrokken, maar het biedt wel mogelijkheden voor overnames of financiering van (familie)bedrijven in onze regio.”

Hogeschool Windesheim is ook betrokken en daar is – horen we van Kristel – zelfs een lectoraat Familiebedrijven. Wat moet daar volgens jullie worden gedoceerd?

Kristel: “Bedrijfscultuur.”

René: “Dat is inderdaad een goede. Er gaat altijd veel aandacht uit naar bedrijfsopvolging, maar dat is ook slechts een beperkte periode. Bedrijfscultuur is blijvend.”

Luc: “De noodzaak van een Raad van Advies. Daar is ook wel onderzoek naar gedaan.”

Jeroen: “Hoe je de familiebanden goed houdt… We hebben het meegemaakt dat sommigen echt ruzie krijgen en dat dan zelfs de familie uit elkaar valt.”

Michel: “Het komt tegenwoordig wel steeds vaker voor dat een familiestatuut wordt gemaakt. Dan wordt bepaald welke externe partij eventueel een beslissing kan nemen als er discussie, ruzie ontstaat.”

Kristel: “Dat was altijd de angst van mijn vader. Hij heeft het ook wel bij andere bedrijven zien gebeuren. Reden voor ons om zoveel mogelijk te splitsen. Mijn zus in het andere bedrijf van de woninginrichting en onder een andere BV.”

René: “Ieder z’n ding met elk een eigen focus. Mooi!”

Luc: “Wij houden het simpel. Wil je wat anders, dan moet je een plan maken waarmee je de ander probeert te overtuigen. Bij een meningsverschil praten we het uit voordat we aan het eind van de werkdag naar huis gaan.”

Jeroen: “Ik heb het ook wel anders meegemaakt met twee broers. De ene BV maakt winst en de ander lijdt verlies, waarbij de winstgevende de ander dus overeind moest houden. Dat ging dus niet goed.” 

Zijn familiebedrijven beter in staat om personeel vast te houden?

Michel: “Denk het wel. Dat er bij zowel het bedrijf als de medewerkers meer sprake is van loyaliteit.”

René: “Zeker ook als het financieel wat minder gaat, is bij iedereen het gevoel aanwezig dat je jouw bedrijf moet helpen om de lange termijn veilig te stellen. Daar hoef je als eigenaar niet bewust mee bezig te zijn. Dat zit in de mensen zelf.”

Luc: “Bij nieuwe medewerkers is het wel essentieel dat ze in een team terecht komen waarin cultuurbewakers zitten. Medewerkers die de cultuur van het bedrijf kennen. We hebben wel eens een ploeg gehad die alleen uit nieuwelingen bestond en dan zie je toch andere dingen gebeuren. Het werk verloopt goed, maar alles er omheen ontbrak volkomen.”

Jeroen: “Als je groter wordt, is het wel moeilijker om de cultuur te bewaken. Ga maar eens van 100 naar 200 man. Al die nieuwe mensen kennen het oude gevoel niet. Van dat kleinschalige en waarin iedereen elkaar kende. Dat is wel lastig.”

Misschien hadden de familiebedrijven vroeger wel iets van geslotenheid in zich, terwijl iedereen nu meer buiten de poorten van de onderneming durft te kijken. Herkenbaar?

Kristel: “Ja, mijn vader dacht het allemaal wel alleen te weten. Het inschakelen van SmitDeVries, dat zou hij nooit hebben gedaan. Niemand gaat mij vertellen hoe ik mijn bedrijf moet runnen, dat idee.”

Michel: “De jongere generatie heeft ook meer bereidheid tot veranderen. Hoe ouder je wordt, hoe minder je met nieuwe dingen mee wilt.”

Luc: “Het helpt zeker om over organisatiegrenzen heen te kijken. Dat je ziet hoe het er bij een ander aan toe gaat. En dat het gras dus echt niet altijd groener is.”

Familiebedrijven zijn doorspekt van trots. Trots van meerdere generaties die in het bedrijf zijn gestapt en de naam in ere houden. Maar, is het ook een eenzaam bestaan?

Kristel: “Ja, voor mij wel, omdat ik op dit moment de enige van de familie ben die nog in het bedrijf zit. Daarom vind ik de samenwerking binnen de Innovatiehub Salland zo plezierig. Mensen in dezelfde positie met wie je ervaringen kunt uitwisselen. Dat kan ik nu met niemand binnen het bedrijf.”

Michel: “Het is ook wat je er zelf van maakt. Komt de klik binnen de Innovatiehub ook omdat het vier verschillende bedrijven zijn?”

Kristel: “Ja, maar het is allemaal bouwgerelateerd. Dus, je loopt wel tegen dezelfde zaken aan.”

René: “Het gevoel van eenzaam aan de top is trouwens niet specifiek iets voor familiebedrijven. Dat heb je ook al met een bepaalde positie binnen de organisatie. Daarom heb ik zelf wel eens contact met een collega die elders is gevestigd. Beetje sparren, beetje klankborden.”

Michel: “Zelf heb ik veel contact met concullega’s in Twente en Zwolle. Dan wissel je ervaringen uit over hoe je iets moet aanvliegen, waar je op moet letten, waar je kunt groeien. Bij familiebedrijven zie ik soms inderdaad wel die eenzaamheid. Als adviseur kan ik de pijnpunten benoemen, maar verder verwijs ik door naar mensen uit mijn netwerk.”

Jeroen: “Met name als het niet goed gaat, kan er wel sprake zijn van schaamte die de eenzaamheid nog verder vergroot.”

Wat zijn voor familiebedrijven de belangrijkste thema’s voor de komende jaren?

Jeroen: “Ik denk niet dat het anders is voor een gewoon bedrijf dan voor een familiebedrijf… Hooguit moet er nog meer aandacht zijn voor de structuur. Is het toekomstbestendig? En hoe is het management georganiseerd?

Luc: “De grote thema’s, daar krijgt elk bedrijf mee te maken. Circulariteit, CO2-footprint, de uitdagende arbeidsmarkt en dergelijke.”

René: “Wat zeker gaat spelen, is dat de opvolging binnen de familie steeds lastiger wordt.”

Michel: “Vroeger had je 15 kinderen… Dan was er vast wel eentje geschikt.”

René: “Gelukkig zijn er momenteel nog wel regelingen om een vermogen fiscaalvriendelijk over te dragen van de ene op de andere generatie. Waar een particulier heel veel naar de fiscus moet brengen, blijft bij een bedrijfsoverdracht de eerste miljoen euro onbelast. En bij het restant is ook 85% onbelast. Maar die regelingen staan wel onder druk. Je moet zeker niet gek opkijken als het allemaal wordt versoberd.”

Michel: “Het kapitaal wordt wel een ding. Hoe groter het familiebedrijf, hoe meer kapitaal er in zit en des te moeilijker het over te nemen is. Of de verkopende partij moet er veel geld in laten zitten. Daarmee houd je dus ook een commitment in stand. En anders gaat het naar een investeringsmaatschappij. Kun je echt zorgeloos leven, maar dan is het bedrijf wel weg.”

Kristel: “Voor een nieuwe generatie is een overname misschien niet meer te behappen. En ze durven het ook aan om hun twijfels uit te spreken of ze wel zo hard willen werken.”

En wat mag een familiebedrijf van het personeel verwachten?

Luc: “Ik vind het belangrijk dat iedereen zich binnen ons bedrijf blijft ontwikkelen. Tegenwoordig kun je niet meer 45 jaar op één plek blijven zitten en je ding doen zonder jezelf te ontwikkelen. Juridisch kan het vast niet, maar ik zou die stimulans wel willen opnemen in het contract. Dat iedere medewerker minimaal eens in de vijf jaar een ontwikkeltraject moet oppakken. In plaats van de standaard regel dat een medewerker bij vertrek de studiekosten terug moet betalen.”

Kristel: “Er is ook altijd wel iets te vinden. Producttraining…”

Luc: “Sommigen vinden het misschien leuk om een nieuwe techniek te leren, terwijl anderen graag beter leren communiceren met de klant.”


Natuurlijk…vergaderen in Laag Zuthem
Een zakelijke bijeenkomst buiten de vertrouwde werkomgeving levert sowieso meer resultaat op. Kun je nagaan wat het niveau wordt als je mag vergaderen bij Havezate Den Alerdinck in Laag Zuthem… Proef van de grandeur en geniet tussendoor of na afloop van de prachtige, natuurlijke omgeving!

Delen:

Reacties zijn uitgeschakeld.