Het is hollen of stilstaan in de bouw…

Vier Sallanders laten hun licht schijnen over de uitdagingen van de bouwwereld

Het is niet saai in de bouwwereld. De economische crisis zorgde er voor dat betonmolens, troffels en hamers noodgedwongen moesten worden ingeruild voor de snoeischaar. Het ene na het andere bouwbedrijf viel om, ook in deze regio. Hoewel het mensen uit de sector nog helder op het netvlies staat, lijkt het voor de leek alsof die ellendige tijd al weer ver achter ons ligt.

Het gaat namelijk goed met de economie en de bomen lijken weer tot in de hemel te groeien. SOM vraagt zich daarom sterk af of we met z’n allen niet in dezelfde valkuil dreigen te stappen. We besloten vier deskundigen uit te nodigen: Martijn Endeman (Gebr. Meijer Bouwbedrijf), Cyril Mentink (SmitDeVries), Daniël Koerhuis (Tweede Kamerlid) en Remco Harink (Bouwbedrijf Vosman). Gezeten aan de vergadertafel in het kantoor van Endeman (dank voor de gastvrijheid!) steken ze hun (soms eigenzinnige) mening en visie niet onder stoelen of banken.

De crisis heeft gezorgd voor een enorme schifting. Waarom is het ene bouwbedrijf wel overeind gebleven en is een andere collega omgevallen?
Harink: “Voor de oorzaak moet je terug naar de goede jaren, eind jaren ’90 en het begin van het nieuwe millennium. Over het algemeen hebben we toen met z’n allen goed verdiend. De oudere, meer traditionelere bedrijven hebben hun medewerkers ook goed beloond. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar het kostenplaatje qua salarissen liep uit de hand. En toen de recessie zich aandiende, was het heel moeilijk om terug te schalen. De jongere bedrijven hadden hun personeelslasten veel beter op de rit.”

Endeman: “De bouw is inderdaad snel geneigd om personeel in dienst te nemen en zich sociaal op te stellen, ook in economisch mindere tijden. Dan moet je wel spek op de botten hebben om in magere tijden ook te kunnen overleven.”

Koerhuis: “De impact heeft eigenlijk iedereen wel verrast. Wereldwijd was het de grootste recessie sinds de jaren ’30 en er moest veel gebeuren om er bovenop te komen. In Den Haag bijvoorbeeld zijn flinke maatregelen genomen om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen.”

Mentink: “Laat ik als relatieve buitenstaander de knuppel eens in het hoenderhok gooien. In het Sallandse zie je wel behoorlijk verschil tussen bedrijven en dan is de bouw een conservatieve branche. Vooral in de wijze waarop het bijna krampachtig omgaat met kosten en prijsvorming. Ze kunnen nog heel veel leren van bijvoorbeeld de automotive. In die keten wordt veel meer gekeken naar de mogelijkheden waarmee je de concurrentieslag kunt aangaan, dus minder denken in kosten en vooral focus op toegevoegde waarde voor jouw klanten. De bouw is er nog niet in geslaagd om dat voor de bühne te krijgen.”

Wat hebben onze bouwers Vosman en Gebr. Meijer gedaan om het hoofd te kunnen bieden aan de crisis?
Endeman: “Laat ik voorop stellen dat we hier in een straal van tien kilometer wel twintig bouw- en/of klusbedrijven hebben, maar dat het voor de opdrachtgever – particulier of zakelijk – niet eenvoudig is om het onderscheidend vermogen te zien of te ervaren. Wat wij goed voor elkaar hebben, is het organiserend vermogen om de klant volledig te ontzorgen. Wij voelen ons direct verantwoordelijk en betrokken bij de opdrachtgever en zijn/haar diverse specifieke vragen. Daarnaast hebben we intern direct actueel inzicht in alle bedrijfskosten en dat houdt ons scherp. Verder hebben we nooit ingeleverd op kwaliteit, dat proces hebben we goed onder controle. En ik denk dat we ook wel hebben geprofiteerd van onze grote lokale betrokkenheid.”
Harink: “Ik ben het met Martijn eens dat het voor een opdrachtgever niet gemakkelijk is om bedrijven met elkaar te vergelijken. We hebben daarom veel geïnvesteerd in onze branding. Vosman is een merk geworden en daar ben ik trots op, want uiteindelijk hebben we dat zelf gecreëerd. Verder hebben ook wij de kosten goed in beeld en hebben we het voordeel van een platte organisatie”

Mentink: “Wel mooi om te zien dat Vosman een concreet doel voor ogen had: half Raalte volbouwen. Als ik mijn omgeving vraag waarom men voor Vosman kiest, hebben ze vaak niet eens een kwalitatieve reden, maar de naam komt blijkbaar het meest voorbij. Dan zal het dus wel goed zijn.”

Waren jullie eigenlijk verrast toen de crisis ineens knetterhard op de voordeur bonkte?
Koerhuis: “Toen de bank Lehman Brother’s in Amerika omviel en het begin van de wereldwijde crisis inluidde, heeft Mark Rutte al meerdere malen gewaarschuwd dat we in Nederland ook een probleem zouden gaan krijgen. Het kabinet Balkenende leefde op te grote voet en liet de overheidsfinanciën echt in de soep lopen.”

Harink: “Eerlijk gezegd hadden we er in 2008 en 2009 nog niet veel last van. We hadden op dat moment nog veel werk onderhanden. Vanaf 2010 was het een ander verhaal en is het even spannend geweest, maar we prijzen onszelf gelukkig dat we niemand hebben hoeven te ontslaan.”

Endeman: “Het was er ineens en we hebben het ook niet gemakkelijk gehad. Vijf jaar geleden voelde je echt nog de impact van de recessie. Als je nagaat dat er in Nederland in totaal 100.000 man uit de CAO voor de bouw is gevloeid, dan is dat dus niet zo gek…”
Mentink: “En het punt is natuurlijk dat heel veel van die mensen ander werk hebben gezocht en de bouwbedrijven nu schreeuwen om personeel en soms geen invulling kunnen vinden voor hun vacatures. Overigens hebben wij als adviesbureau ook wel de gevolgen ondervonden van de crisis. Denk vooral aan het type werk: saneren en reorganiseren in plaats van het heel veel positievere koers bepalen en helpen vorm te geven aan groei.”

We maken de sprong naar het heden. De bouwwereld lijkt op z’n kop te staan. De opdrachten stromen binnen, maar nu dient zich het volgende probleem aan: tekort aan personeel en er zijn amper bedrijven te vinden die materialen kunnen leveren…
Endeman: “Als je nu een project aanneemt, moet je er soms van uitgaan dat je pas over twee jaar kunt bouwen. Bel je installateurs, dan zitten ze tot medio volgend jaar tot over hun oren in het werk. Wat je nu al ziet, is dat gezonde bedrijven risico lopen omdat ze te scherp hebben geoffreerd en meer moeten betalen voor materiaal en mensen dan ze van tevoren hadden ingeschat.”

Harink: “We hebben bijvoorbeeld al voor een jaar prefab betonvloeren ingekocht, dus Vosman kan wel even vooruit. Dat is maar goed ook, want landelijk is al een trend zichtbaar om de blik naar het buitenland te verleggen, omdat niemand snel kan leveren.”

Mentink: “Moeten we het qua bouwen ook niet over een hele andere boeg gooien? Moeten we bijvoorbeeld niet de trotse Hollandse school laten varen en met prefab gaan werken om zo vanuit innovatie met minder handjes toch onze bouwdoelstellingen (woningen per jaar) te kunnen realiseren?
Harink: “Ik zie het al voor me: metselrobotten…”, trekt hij een gezicht vol afschuw

Endeman: “De grote jongens lossen het op hun eigen manier op. Zij kopen gewoon een betonfabriek op en hebben hun eigen afdeling Research & Development. Dat is niet voor elk MKB-bedrijf weggelegd.”

Wat zijn/worden de grootste uitdagingen voor de komende tijd?
Endeman: “Het zou mooi zijn als naast de verduurzaming van woningen meer aandacht en geld beschikbaar wordt gesteld voor de realisatie van nieuwe huurwoningen. De focus van de woningbouwcorporaties ligt tegenwoordig meer bij het verduurzamen, terwijl er ook sprake is van een groot tekort aan huurwoningen.”

Harink: “Er wordt nu heel veel geld uitgegeven om oude woningen energiezuiniger te maken. Dat is toch niet rendabel? Wat mij betreft, is het motto: goedkoper bouwen en minder regels. Waarom slopen we niet alle woningen die voor 1980 zijn gebouwd en bouwen we vanaf nu woningen voor max. veertig jaar zodat telkens nieuwe ontwikkelingen kunnen worden toegepast.”

Koerhuis: “We zien allerlei signalen dat de bouw een vechtmarkt wordt. Daarom werken we in Den Haag hard aan een nieuwe wet die de cowboys van de bouwwereld moet uitsluiten en onder andere aan bedrijven verplicht om een bouwdossier te maken. Daarmee hopen we de kwaliteit te waarborgen.”

Endeman: “Het nadeel is dat we in een conjunctuurgevoelige markt actief zijn. Dit heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat de uitbreiding van bedrijventerrein De Zegge in Raalte de afgelopen jaren stil heeft gelegen…”

Harink: “De gemeente Raalte moet zorgen dat er voldoende kavels voor woningbouw beschikbaar blijven. Dat betekent dat je nieuwe uitbreidingslocaties moet aanwijzen. Salland II en plan Franciscushof worden nu in een razend tempo volgebouwd.”

En dus: hoe kijken jullie naar de toekomst?
Mentink: “Er zijn kansen zat! De bouw moet in ieder geval op zoek naar het onderscheidend vermogen en meer kijken naar wat de markt wil, bijvoorbeeld wonen als dienst in plaats van wonen als bezit.”

Koerhuis: “Je ziet wel een beweging dat de project-ontwikkelaars daar meer mee bezig gaan. In mijn optiek kijkt de bouw wel steeds meer naar de wensen van mensen en wordt daar maatwerk op geleverd. Verder denk ik dat de starters aandacht verdienen. Waar moet je toch wonen als je huiseigenaar wilt worden en je bijvoorbeeld nog bezig bent om een studielening af te lossen. Dat weegt heel zwaar als je een hypotheek wilt. Gelukkig is het ministerie naar aanleiding van mijn vragen aan het kijken of een studielening minder zwaar kan wegen.”

Endeman: “Positief, maar er moet wel wat gebeuren met het onderwijs. De komende jaren stromen veel vakmensen uit en de nieuwe aanwas moet van onderop komen. En de regering moet reageren met stimuleringsmaatregelen wanneer de markt dat verlangt.”

Harink: “Klinkt misschien heel vreemd, maar als Bouwend Nederland hebben wij onlangs al op de Libelle-beurs gestaan. Een kwestie van vooruit denken, want daar lopen de moeders die hun kinderen kunnen enthousiasmeren voor de bouw.”

Mentink: “Mochten er niet voldoende vakkrachten beschikbaar komen, dan moet je toch aan flexibel personeel gaan denken. Zorg in ieder geval dat je de bouw sexy houdt! Het is toch een prachtige branche waarin mensen graag zouden moeten willen werken. Dat imago mag best terug komen.

Delen:

Deel dit artikel!